Vraag: heeft mobiliteitsplan fiscale consequenties?

Binnen onze onderneming zijn wij aan het bestuderen of een "Mobiliteits Budget Systeem" een goede manier kan zijn om op een andere manier te reizen.

Zo denken wij aan alle mogelijke vormen van reiskosten binnen een vastgesteld budget. Het budget kan alleen gebruikt worden om de onkosten te vergoeden van de diverse bestedingen van reizen. Bij directe uitbetalingen (wat niet de opzet is) zal rekening gehouden moeten worden met het feit dat het inkomen wordt en dat er als zodanig belasting over geheven zal worden. Reisvormen kunnen zijn: Lopen, Fietsen, Openbaarvervoer (trein en bus), Motor, Auto, Taxi, Carpoolen (waarbij mogelijk gedeeld moet worden in de kosten), Overnachtingen.

A.B.W. V. te Maastricht

Per soort reiskosten maak ik onderscheid tussen woonwerkverkeer en incidenteel reizen. Woonwerkverkeer is het reizen naar iedere werkplek waar de veertigdagenregeling op van toepassing is; dit ter onderscheiding van het incidenteel reizen. De veertigdagenregeling is niet afhankelijk van de vorm van reizen, maar doet niets anders dan belastingvrije kostenvergoedingen beperken. Voor het bepalen van de belastingvrije vergoeding moet dus eerst beoordeeld worden of de werkplek meer dan negenendertig keer in een kalenderjaar is of wordt bezocht. Zo ja, dan geldt het reiskostenforfait en zo neen, dan geldt de regeling voor zakelijk reizen.

Algemeen geldt een tabel voor belastingvrije vergoeding van woonwerkverkeer. Deze tabel verandert jaarlijks en bepaalt voor 2000 dat maandelijks, afhankelijk van de afstand, per werkdag van de week (tot vier dagen per week) de volgende bedragen vergoed mogen worden:

tot 10 km enkele reis niets
10 - 15 km ƒ 39,80
15 - 20 km 49,17
meer dan 20 km 67,50

Dit betekent dat je bij meer dan drie dagen per week werken maandelijks ƒ 270 belastingvrij vergoed kunt krijgen.

Afhankelijk van de wijze van vervoer kom ik terug op het gebruik van deze tabel.

Lopen

Incidenteel: niets, zelfs geen nieuwe schoenen.

Woonwerkverkeer: zie tabel.

Omdat bij incidenteel reizen geen kostenvergoeding mogelijk is, kan het voordelig zijn hulp in te roepen van de twintigdagenregeling: als minstens eenmaal per week naar dezelfde werkplek wordt gereisd, in een periode waarin minimaal twintig dagen wordt gereisd. De twintigdagenregeling is niet gebonden aan een kalenderjaar, maar zou van half december tot half januari kunnen lopen.

Fietsen

Incidenteel: ƒ 0,12 per kilometer.

Woonwerkverkeer per eigen fiets: zie tabel. Naast de fietsvergoeding mogen voor maximaal de helft van het aantal werkdagen kosten openbaar vervoer vergoed worden (in verband met slecht weer).

Woonwerkverkeer per fiets van de zaak:

* Maximaal een keer per drie jaar mag de werkgever per werknemer een fiets van maximaal ƒ 1.500 (cataloguswaarde inclusief BTW) betalen, waarbij de eigen bijdrage van de werknemer ƒ 150 is. Incidenteel reizen op de fiets kan daarna volgens de gebruikelijke wijze gedeclareerd worden. Bovendien kan een belastingvrije vergoeding volgens de tabel betaald worden. Aantrekkelijk bij een afstand van meer dan tien kilometer enkele reis.

* De werkgever mag een fiets aanschaffen zonder de eigendom aan de werknemer over te dragen; reizen op de fiets kan daarna niet meer gedeclareerd worden. Bronnen spreken elkaar tegen over de vraag over de grenzen van eenmaal per drie jaar en ƒ 1.500 cataloguswaarde gelden. Vast staat dat de werkgever een fietsverzekering en ƒ 550 per jaar mag betalen voor onderhoud, accessoires en regenkleding. Aantrekkelijk bij een afstand van minder dan tien kilometer enkele reis.

Openbaar vervoer (trein en bus)

Incidenteel: werkelijke kosten.

Woonwerkverkeer: werkelijke kosten, verhoogd met ƒ 200 per jaar.

Wordt een deel van het traject gefietst en een ander deel afgelegd per openbaar vervoer, dan geldt de fietsregeling voor het gefietste deel naast die voor het openbaar vervoer.

Omdat bij woonwerkverkeer een hogere kostenvergoeding mogelijk is, kan het voordelig zijn hulp in te roepen van de twintigdagenregeling: als minstens eenmaal per week naar dezelfde werkplek wordt gereisd, in een periode waarin minimaal twintig dagen wordt gereisd. De twintigdagenregeling is niet gebonden aan een kalenderjaar, maar zou van half december tot half januari kunnen lopen.

Taxi

Incidenteel: werkelijke kosten.

Woonwerkverkeer: zie tabel. Indien de werkgever een rechtstreeks contract met het taxibedrijf sluit kan gemotiveerd worden dat sprake is van (belastingvrij) vervoer door de werkgever.

Auto

Incidenteel: ƒ 0,60 per kilometer.

Woonwerkverkeer per eigen auto: zie tabel.

Auto van de zaak: bijtelling afhankelijk van de cataloguswaarde van de auto. Tot en met 2000 afhankelijk van de afstand woning-werk 20% (tot 30 km) of 24% (vanaf 30 km). Vanaf 2001 afhankelijk van werkelijk aantal prive gereden kilometers per jaar:

tot 500 km niets
500 - 4.000 km 15%
4.000 - 7.000 km 20%
meer dan 7.000 km 25%

Carpoolen

Incidenteel: niet van toepassing, omdat pas sprake is van carpoolen indien binnen een kalenderjaar op meer dan 120 dagen samen is gereisd.

Woonwerkverkeer per auto: zie tabel, na 120 dagen (binnen het zelfde kalenderjaar) aangevuld met bonus. Niet relevant is of werd gereisd met de eigen auto met met die van een collega. De belastingvrije bonus is afhankelijk van het aantal kilometers:

tot 15 km enkele reis niets
15 - 30 km ƒ    520
30 - 50 km 780
meer dan 50 km 1.040

Niet relevant is of iedereen de eigen kosten draagt, werknemers de kosten van het reizen delen, of altijd dezelfde auto wordt gebruikt. Aan de werknemer die een auto van de zaak heeft mag wel de bonus, maar niet de tabel betaald worden.

Als alternatief is het mogelijk om voor het gehele bedrijf collectief te kiezen voor de carpoolregeling van voor 1998, waarbij uitsluitend aan de chauffeur een vergoeding betaald mag worden (van ƒ 0,60 per kilometer).

Motorfiets

Incidenteel: werkelijke kosten per kilometer.

Woonwerkverkeer per eigen motorfiets: zie tabel.

Motorfiets van de zaak: bijtelling afhankelijk van de werkelijke kosten per prive gereden kilometer.

Overnachtingen

Gedurende een periode van maximaal twee jaar per werkplek mogen overnachtingen (eventueel in de vorm van een extra woning) door de werkgever vergoed worden. Mits de afstand woonwerkverkeer met minimaal tien kilometer tot maximaal de helft verkleind wordt (of de werknemer binnen tien kilometer van de werkplek gaat wonen) mag in die periode van twee jaar ook op kosten van de werkgever verhuisd worden: kosten verhuisbedrijf, plus 12% van het bruto jaarsalaris tot ƒ 100.000 (als kostenforfait).

© Jeroen van Rossum, 25 augustus 2000.