Vraag: hoeveel reiskostenvergoeding mag ik mijn werknemer geven?

Twee dagen per week helpt een assistente mij. Onlangs is ze verhuisd van de vestigingsplaats van mijn bedrijf naar een plaats die ongeveer veertig kilometer noordelijker ligt. Ze reist per trein en maakt gebruik van een kortingkaart. Mag ik al haar kaartjes vergoeden of staat daar een vast bedrag voor?

H.C. S. te Amsterdam.

De meest eenvoudige weg is inderdaad om treinkaartjes te vergoeden. Vergeet niet om daar aan toe te voegen eventuele strippenkaarten voor het vervoer van en naar de trein, of eventueel de stalling voor een fiets. Zelfs het ter beschikking stellen van een fiets van de zaak zou te verdedigen zijn. In plaats van fiets en stalling mag u ook ƒ 6,70 per maand vergoeden (namelijk voor twee dagen per week is 40% van ƒ 200 per jaar).

Indien u treinkaartjes (inclusief kortingkaart) en strippenkaarten vergoedt is van belang dat alle originele kaartjes aanwezig zijn. Onder die voorwaarde mag u per ƒ 106 een bedrag van ƒ 6 omzetbelasting terugvragen. De rest is voor u aftrekbaar van uw winst; uw werknemer hoeft hier geen belasting over te betalen.

Iets ingewikkelder mag ook: gebruik maken van het reiskostenforfait. Zonder meer mag u maandelijks ƒ 135 vergoeden. Bij afstanden die kleiner zijn dan 20 kilometer enkele reis zijn de bedragen iets lager; bij een ander aantal dagen per week gelden ook andere bedragen.

© Jeroen van Rossum, 21 april 1999