Vraag: welke reiskosten mag werkgever betalen bij een dag werken in ander filiaal?Wat mag een werkgever betalen voor reiskosten welke gemaakt worden door werknemer die een dag gaat werken in een ander filiaal (niet eigen filiaal). Neemt werkgever dan woon-werk rekening houdend met reiskostenforfait? Mag werkgever bepaald bedrag per kilometer betalen (bijvoorbeeld 0,52)? Mag werkgever reiskosten betalen op basis van openbaar vervoerskosten zonder dat hier strippenkaarten e.d. tegenover staan? En hoe werkt het 40-dagen systeem precies? M. L. te Ridderkerk. |
De vergoeding die uw werkgever u voor uw reiskosten mag betalen is zo groot als u zelf met uw werkgever afspreekt. Onder uw reiskosten kunnen namelijk ook de extra uren verstaan worden die u moet maken om ter plekke te komen. Omdat ik niets kan zeggen over uw werkelijke kosten en ook niets over het krachtenveld tussen u en uw werkgever, beperk ik mij tot het maximale bedrag dat belastingvrij aan werknemers vergoed mag worden.
Indien u een dag werkt in een ander filiaal, mag uw reis per auto tegen een bedrag van 0,60 per kilometer vergoed worden. Reist u per fiets, dan is de vergoeding 0,12 per kilometer. Openbaar vervoer mag volledig vergoed worden, tegen inlevering van vervoerbewijzen. Strippenkaarten die u niet inlevert, kunt u in principe niet vergoed krijgen; bewaart u ze dus om er af en toe enkele in te leveren (met een berekeningentje er bij waar uit blijkt dat u inderdaad het gedeclareerde aantal strippen heeft gebruikt voor reizen voor uw werk).
Komt het vaker voor dat u in dat andere filiaal werkt (bijvoorbeeld iedere week een dag) dan moet u rekening houden met de veertigdagenregeling. U moet dan berekenen op hoeveel dagen binnen het kalenderjaar u naar dat andere filiaal reisde. Minder dan veertig keer? Gefeliciteerd, u komt in aanmerking voor bovengenoemde hoge belastingvrije kostenvergoeding. Veertig keer of meer? Helaas, over alles wat u meer krijgt dan de tabel voor regelmatig woonwerkverkeer aanwijst moet uw werkgever belasting voor u afdragen.
© Jeroen van Rossum, 18 december 1999.