Vraag: wat, nu ik spaarhypotheek heb afgelost?In 1996 heb ik mijn huis verkocht. De spaarhypotheek die ik had afgesloten heb ik in 1997 laten vervallen. Daarmee kwam ook een som geld vrij van het spaargedeelte. Moet ik dit aangeven voor de inkomstenbelasting? En zo ja, onder welke noemer valt dat dan? K. V. te Breda. |
Eind jaren tachtig introduceerden banken de spaarhypotheek als manier "om optimaal te profiteren van fiscale mogelijkheden". Omdat vrijwel alle deskundigen positief advies gaven, kozen veel mensen voor deze hypotheekvorm.
Een spaarhypotheek is de populaire (commerciële) benaming voor feitelijk de combinatie van twee overeenkomsten: een hypotheeklening, en een spaarverzekering. Op de hypotheek ga ik hier niet verder in.
De wettelijk geregelde spaarverzekering komt er op neer dat u een spaarrekening heeft, waarvan de ontvangen rente belastingvrij is. Om dit fiscale voordeel te kunnen genieten moet echter voldaan worden aan een groot aantal in de wet genoemde voorwaarden. Deze zijn met ingang van 1992 zelfs aangescherpt; het ging de staat te veel belastinginkomsten kosten. Die belasting kost het de staat uiteindelijk nog steeds, maar het voordeel voor de consument is in de zakken van de verzekeraars verdwenen. Inmiddels is de vraag of de spaarverzekering na het jaar 2002 fiscaal nog aantrekkelijk is; een nadeel dat de verzekeraars niet zullen compenseren.
Op dit moment zijn de belangrijkste voorwaarden:
Wordt niet aan alle voorwaarden voldaan, dan belast de fiscus het volledige rendement vrijwel altijd progressief (tegen het hoogste tarief). Dit moet worden aangegeven als "rente". Helaas is in de meeste gevallen alleen de looptijd relevant.
De voorwaarden zijn ingewikkeld, en de sancties voor de verzekeraar duur. Daarom rekenen de meeste verzekeraars hoge kosten. De bemiddelaar (makelaar) moet er natuurlijk ook aan verdienen, en omdat het een ingewikkeld product is zijn de provisies extra hoog. Samen kost dat meestal de volledige premie van het eerste halfjaar, en een deel van de daarna betaalde premie. Ook bij een hoog rendement op het spaargedeelte van de betaalde premie duurt het daarom vaak vijf jaar voordat de uitkering even groot zou zijn als de in totaal betaalde premie. Bij zelf beleggen is het niet moeilijk om in die periode je inleg met 8,8% vermeerderd te hebben (maandelijks een vast bedrag sparen en jaarlijks 4,2% procent rente ontvangen). Als dit naast de hypotheek de enige rente is, behoeft zonder maatregelen pas belasting betaald te worden als het saldo meer dan 23.810 (voor een echtpaar het dubbele) is. Dat heb je na vijf jaar bij een maandelijks spaarbedrag van 364 waarmee je in dertig jaar 258.000 zou sparen. Zelfdiscipline is van belang: maak het gespaarde "vermogen" niet op. Spek het, bij gebruik voor bijvoorbeeld aanschaf van een auto, met een eerlijk rendement (gelijk aan wat een persoonlijke lening bij de bank zou kosten). Binnen enkele jaren zult u ondervinden dat zelf sparen een grote vrijheid geeft. Bovendien: zodra u meer dan 5.000 spaargeld heeft, kunt u middels het beleggen in obligaties eenvoudig meer dan genoemd 4,2% rendement behalen.
Afhankelijk van de verzekeraar duurt het tien tot vijftien jaar voordat de spaarverzekering een aan sparen gelijk rendement oplevert.
Kortom, het antwoord op uw vraag hangt af van een aantal omstandigheden. Waarschijnlijk heeft de spaarverzekering minder dan tien jaar gelopen. Daarom moet u berekenen hoeveel premie u in totaal voor uw spaarverzekering heeft betaald. Is dit meer dan de uitkering, dan heeft u pech en de verzekeraar het voorgecalculeerde geluk. Voor zover de uitkering hoger is dan de betaalde premie, moet u de uitkering (uw rendement) aangeven als ontvangen rente.
Het is verstandig om, ook als u geen belasting over de uitkering behoeft te betalen, bij uw aangifte inkomstenbelasting een berekening te doen waar onder andere per kalenderjaar uit blijkt hoeveel premie werd betaald. Indien u meent dat de uitkering belastingvrij is, dan is het verstandig tevens een kopie van de polis bij te voegen. Zo voorkomt u toekomstige discussies met de fiscus.
© Jeroen van Rossum, 29 januari 1998.