Vraag: welke tariefgroep inkomstenbelasting geldt als ik meerdere werkgevers heb?Onze stagiaire vroeg me of het voor hem uitmaakt of hij bij belastingteruggave in tariefgroep 0 of 2 zit. Hij werkt naast z'n studie en zit daardoor in tariefgroep 2. Door z'n stage bij ons bedrijf komt hij in tariefgroep 0. Kortom, maakt het voor de teruggave uit of je in tariefgroep 0 of 2 zit? J. van L. te Woudenberg. |
Naar ik begrijp betaalt uw bedrijf een kleine stagevergoeding aan uw stagiaire. Omdat hij elders reeds een salaris ontvangt, dat kennelijk hoger is dan zijn stagevergoeding, "gebruikt" hij daar reeds de belastingvrije som die samenhangt met tariefgroep 2 voor de loonbelasting. Daarom moet hij voor de loonbelasting bij uw bedrijf in tariefgroep 0 ingedeeld worden.
Tot en met 1997 gold voor de loonbelasting overigens dat iemand die de belastingvrije som reeds elders gebruikte in tariefgroep 1 ingedeeld moest worden. Maar onze ambtenaren pogen met tomeloze energie het systeem te vereenvoudigen, daartoe aangezet door politici die sociale rechtvaardigheid hoog in het vaandel hebben staan. In 1998 werd daarom een "bovenbasisaftrek" ingevoerd, die de modale werknemer in 1999 bijna drie gulden per week oplevert (de prijs van een biertje, een broodje kaas of een lekker toetje in de bedrijfskantine). In ruil voor deze "bovenbasisaftrek" is de "ouderenaftrek" vervallen, die de modale 65-plusser (met een minimuminkomen) in 1997 netto ruim 3,30 per week opleverde (dagelijks een stuk fruit). Lang leve het meest sociale kabinet sinds Drees en Klompé!
Voor de inkomstenbelasting maakt het in principe niet uit wat er voor de loonbelasting gedaan is. Er wordt er nog een keer goed gekeken hoe je over het hele jaar genomen feitelijk leefde, om de juiste tariefgroep te bepalen. Of kort door de bocht voor uw stagiaire: tariefgroep 2.
Het is overigens de vraag of uw stagiaire van de inkomstenbelasting veel geld terug krijgt. Op basis van zijn totale inkomen wordt namelijk berekend hoeveel belasting hij had moeten betalen; alles wat hij via de loonbelasting te veel heeft betaald, krijgt hij terug. De beroemde teruggave! Maar als hij via de loonbelasting te weinig heeft betaald, moet dat onder bepaalde omstandigheden alsnog bijbetaald worden. En dat doet pijn. Dus moeten wij zoeken naar argumenten om niet te hoeven bijbetalen. Tot en met 1996 gold er een redelijk complexe regeling (waar ik dus uitgebreid over had kunnen schrijven), maar tegenwoordig wordt er gewoon gekeken of je meer dan (over 1998) 410 te weinig betaald hebt. Een kleiner bedrag incasseren kost de Belastingdienst toch te veel uren, dus dat laten ze liever zitten. Aan de andere kant krijg je niets uitbetaald, indien je volgens de berekening recht zou hebben op 26 of minder.
Sinds januari 1997 gelden prestatiebeurs, basisbeurs en aanvullende beurs niet als inkomen. Het gedeelte rentedragende lening van de aanvullende beurs wordt natuurlijk nooit belast, want dat moet je terugbetalen als je na je studie geen redenen kunt bedenken om dat niet te hoeven. Als je (mede dank zij die studiefinanciering) een hoog inkomen verdient, vereist het overigens een ruime mate van creativiteit om onder terugbetaling van studielening uit te komen.
Zolang deze nog bestaat is de OV-studentenkaart fiscaal onbelast. Maar indien deze wordt gebruikt om te reizen naar stage of ander werk, is wel de verhoogde reiskostenaftrek te claimen. Hiertoe moet aan de Informatie Bank in Groningen gevraagd worden om een "openbaar vervoer verklaring". Reken aan de hand van spoorboekje en opgaven busmaatschappij uit hoe groot de afstand enkele reis is van huis naar werk en vul dit aantal kilometers in op het aangiftebiljet inkomstenbelasting. Bij 45 kilometer kun je (over 1998) per maand 340 aftrekken, bij meer dan 80 kilometer zelfs 5.270 voor een heel jaar! Dat is toch iets meer dan die stumper die per auto reist en per jaar maximaal 2.050 mag aftrekken. Voor de loonbelasting mag de werkgever in deze gevallen overigens maximaal respectievelijk 287, 3.440 en 3.240 belastingvrij vergoeden. Deze vergoeding mag je voor de inkomstenbelasting minder aftrekken als gemaakte reiskosten (maar het behoeft per saldo niet te leiden tot een bijtelling).
© Jeroen van Rossum, 31 maart 1999