Vraag: kan ik BTW van vorig jaar terug krijgen?

Ik heb een klein bedrijf. Afgelopen jaar heb ik BTW betaald op de door mij geleverde diensten. Het totaalbedrag is echter minder dan ƒ 2.964,-. Ook over de eerste helft van dit jaar heb ik reeds BTW afgedragen. Kan ik de afgedragen BTW van vorig jaar en / of van dit jaar terug krijgen?

J.V. te A.

Ja, dat kan.

De aangewezen weg is om de rubriek Kleine Ondernemers op uw aangiftebiljet in te vullen. U vult hier het bedrag in dat u anders af zou dragen.

Heeft u uw aangifte al ingediend, maar bent u vergeten de kleine ondernemersregeling te claimen? Binnen zes weken mag u nog bezwaar maken tegen uw eigen aangifte; u krijgt uw geld vrijwel meteen terug. Het is misschien even wennen dat u bezwaren kunt hebben tegen wat u zelf heeft ingevuld, maar zo zijn de regels in Nederland.

Fouten die u in de loop van het jaar maakt, mag u herstellen met uw laatste aangifte van het jaar. De bedragen die u over de eerste twee kwartalen 1999 al heeft afgedragen kunt u in januari 2000 dus terug vragen.

Bedragen die u in voorgaande jaren meer heeft afgedragen dan nodig was, kunt u terug krijgen door een briefje aan de Belastingdienst te schrijven. Bij controle van de administratie is gebleken dat per abuis ...... te veel werd afgedragen. Dit blijkt uit bijgaande berekening. Bij uw brief stuurt u een berekening als deed u in een keer aangifte voor het hele jaar; alle reeds betaalde bedragen trekt u af als waren het schattingen. In principe kunt u tot vijf jaar terug gaan; dat zijn momenteel de jaren 1995 tot en met 1999.

Kleine Ondernemersregeling (KOR)

De kleine ondernemers regeling kan interessant zijn voor iedere ondernemer die een eenmanszaak heeft of deelneemt in een VOF (of maatschap). Het principe is heel eenvoudig: als kleine ondernemer hoef je (een deel van) de af te dragen BTW niet aan de Belastingdienst te betalen. Dit voordeel is winst voor de ondernemer, die daar meestal een deel inkomstenbelasting van moet betalen; per saldo is het wel lucratief. De wetgever heeft de regeling bedacht als beloning voor het voeren van een adequate administratie; u kunt er een boekhouder of accountant van betalen. Tot ƒ 2.964 per jaar (sinds 1996) hoeft u niets te betalen, tot ƒ 4.151 een deel (namelijk 250% van het verschil tussen ƒ 4.150 en wat u zou moeten afdragen).

Nooit meer aangifte doen

Indien u structureel minder dan ƒ 2.964 BTW hoeft af te dragen, kunt u ontheffing voor de omzetbelasting aanvragen. U hoeft dan ook nooit een aangiftebiljet in te vullen. Wel moet u iedere paar jaar een informatieformulier invullen waarmee gecontroleerd wordt of u nog steeds recht heeft op ontheffing. Feitelijk moet uw administratie dus nog steeds ingericht zijn op het doen van aangifte. U hoeft er alleen niet meer ieder kwartaal (of iedere maand) aan te denken; dat scheelt een enkeling veel boetes. Nadeel is dat als u investeert en een keer flink omzetbelasting terug zou kunnen vragen, dit aan uw neus voorbij gaat. U mag niet vaker dan een keer per twee jaar van gedachten veranderen: aangiften doen of niet.

Indien uw klanten aangifte omzetbelasting doen, heeft u nadeel bij een ontheffing. U mag namelijk alleen omzetbelasting factureren als u aangifte doet. Uw klant heeft uw factuur nodig om uw omzetbelasting terug te kunnen vragen. Kan uw omzetbelasting niet teruggevraagd worden, dan zal uw klant deze ook niet willen betalen. Uw verkoopopbrengst daalt dus.

Extra voordeel

U kunt invloed uitoefenen op de omstandigheden, om wat extra voordeel uit de regels te halen. Omdat niet iedere medewerker van de Belastingdienst dit altijd kan waarderen, is het wel belangrijk zorgvuldig te werk te gaan. Let u er vooral op dat verkoop, levering, factuur en betaling in het zelfde jaar plaats vinden! Ooit heb ik een controle meegemaakt van een ambtenaar die er eens goed voor ging zitten en dus iets vond. Officiële aanleiding voor het onderzoek was dat vijf jaar lang maximaal gebruik gemaakt was van de kleine ondernemers regeling. Wettelijk mag dat, maar een collega van de controleur kende de ondernemer persoonlijke en had gezocht naar een stok om de hond te slaan. Er werd een halve week gepland om een administratie te controleren met per jaar twintig verkoopfacturen en dertig inkoopbonnetjes. Op de derde (en laatste) dag van de controle werd triomfantelijk een bonnetje omhoog gehouden dat geboekt was in januari, terwijl de leverancier een tikfout had gemaakt op de factuur (waar nog december van het voorgaande jaar op stond). Helaas was de leverancier ook nog klant en slecht betalend debiteur van de ondernemer; de controleur zag aanleiding vordering en schuld met elkaar te compenseren en te stellen dat de factuur reeds in het voorgaande jaar was betaald. Per saldo kostte dat tweeduizend gulden (door verlies van de kleine ondernemers regeling) omzetbelasting. De aanslag is achteraf overigens vernietigd; het werd te bizar gevonden dat een controleur van de afdeling "Grote Ondernemingen" drie dagen lang kwam controleren bij een ondernemer die niet meer aandacht verdient dan een halve dag door een gewone controleur. Bovendien was het eenvoudig nog wat onopgemerkte omstandigheden in de boekhouding aan te wijzen, waarmee het hele betoog van de controleur onderuit ging. Op betreffende afdeling van de Belastingdienst zijn ongetwijfeld nare woorden uitgewisseld.

Schuiven met het moment van verkopen

Schuiven met het moment van verkopen en factureren: soms kunt u in december bestellingen opnemen die pas in januari verkocht worden. Dat levert u voordeel op indien u anders in het lopende jaar meer dan ƒ 2.964 belasting zou moeten afdragen of indien u zodoende belasting terug kunt vragen.

Schuiven met het moment van inkopen of investeren

Schuiven met het moment van inkopen: investeringen uitstellen. Investeringen kunt u vaak best over de jaarwisseling heen tillen. Dat levert u latent voordeel op indien u anders in het lopende jaar minder dan ƒ 2.964 belasting zou moeten afdragen en het levert zeker voordeel op indien u zodoende belasting terug kunt vragen.

Schuiven met het moment van inkopen: een investering vervroegen of nieuwe voorraden eerder inkopen. Een voorgenomen investering kunt u soms best al dit jaar doen in plaats van volgend jaar. En soms kunt u voorraden al in december inkopen, of een voorschotfactuur betalen. Dat levert voordeel op indien u anders in het lopende jaar meer dan ƒ 2.964 belasting zou moeten afdragen of indien u zodoende belasting terug kunt vragen.

Schuiven met het tarief

Schuiven met het tarief: hoog tarief factureren in plaats van laag tarief. Dit gaat natuurlijk alleen indien u produkten verkoopt waarover u niet meer dan het lage tarief omzetbelasting behoeft af te dragen. Voorbeelden: voedsel, kunst, boeken, periodiek drukwerk en nog vele andere zaken. Raadpleeg wel een ter zake deskundige, om te voorkomen dat u de mist in gaat! U kunt een voordeel realiseren zolang u per jaar minder dan ƒ 2.964 belasting zou moeten afdragen.

Schuiven met het tarief: laag tarief factureren in plaats van hoog tarief. Ook alleen van toepassing indien u produkten verkoopt waarover u niet meer dan het lage tarief omzetbelasting behoeft af te dragen. Laat eens een ter zake deskundige in uw administratie grasduinen. De formulering van een produkt luistert soms erg nauw, bij de vraag welk tarief van toepassing is; met enige creativiteit is er soms wel wat mogelijk. U kunt een voordeel realiseren indien u nu per jaar meer dan ƒ 2.964 belasting zou moeten afdragen of anders belasting terug zou kunnen vragen.

Schuiven met het tarief: hoog tarief inkopen in plaats van laag tarief. Daar komt u met uw leverancier vast wel uit, als u een goede klant bent. U bereikt een voordeel indien u nu per jaar meer dan ƒ 2.964 belasting moet afdragen of anders belasting terug zou kunnen vragen.

Schuiven met het tarief: laag tarief inkopen in plaats van hoog tarief. Met de juiste argumenten werkt uw leverancier daar graag aan mee, met een terugwerkende kracht van vijf jaar. U heeft een voordeel zolang u per jaar minder dan ƒ 2.964 belasting hoeft af te dragen.

Schuiven met vergoedingen

Een leuke manier van schuiven met het tarief is de vergoeding voor een galerie die beeldende kunst verkoopt. De kunstenaar factureert het lage tarief aan de galerie en de galerie factureert het lage tarief aan de klant. Of factureert de kunstenaar het lage tarief aan de klant en de galerie het hoge tarief aan de kunstenaar? Het lijkt hogere rekenkunde, maar kan veel belasting besparen.

© Jeroen van Rossum, 21 augustus 1999.